donderdag 28 juni 2018

Van Oostende naar Cadzand


Vandaag was de weersvoorspelling hetzelfde als gisteren. Mooi zonnig weer, maar een noordoosten wind eerst 3-4 bft en later in de middag toenemend 5-6 bft. We besloten om vandaag naar Cadzand te gaan. Er was sinds twee jaar een nieuwe jachthaven en die wilden we wel eens bekijken. Bovendien zouden we met de noordoosten tegenwind moeten kruisen en dan is een korte afstand van ca. 20 Nm een prima optie. Het echtpaar van het zeiljacht naast ons in Oostende waarschuwde wel voor de nauwe noordoostelijk gelegen ingang van de haven in combinatie met een krachtige noordoosten wind. We wilden om negen uur vertrekken maar het bleek dat we in de modder vastzaten vanwege het lage water. Dit jaar is er niet uitgebaggerd, zei de havenmeester in zijn  RIB. Dat was inderdaad duidelijk. Na de schroef vol in zijn achteruit te hebben gezet en zelf ook een handje mee te hebben geholpen door aan de landvast te trekken, die nog aan een meerboei achter de boot vastzat, kwamen we toch nog los. Bij het uitvaren van de haven kwam een loodsboot ons tegemoet. Vanwege de tegenwind en tegenstroom maakten we inefficiënte slagen, zodat we nauwelijks opschoten, ondanks dat we zeilend ruim zeven knopen voeren. De stroom zou pas vanaf half twaalf gaan meelopen. Een Nederlandse Dehler 36 voer vanuit Oostende met ons op, maar al snel was hij achter ons uit het zicht verdwenen. Toen de stroom begon mee te lopen en in de middag de wind aantrok, maakten we pas echte goede vorderingen. Om half één passeerden we de enorme havenhoofden van Zeebrugge, waar we op de heenreis een dag verwaaid lagen en de volgende dag in de mist vertrokken. Er kwamen net twee grote vrachtschepen naar binnen. Bij Zeebrugge nam ook de wind toe en met ruim acht knopen over het water en negen over de grond zeilden we de laatste tien mijl naar Cadzand, waarbij onze Carina weer volop van het zoute buiswater kon genieten. Bij de ingang stond inderdaad nogal een “swell” door de sterke stroming in combinatie met de krachtige noordoosten wind. Onder veel bekijks van de mensen op de havenhoofden stoven we de jachthaven in. Drie mijl voor de ingang hadden we de havenmeester al opgebeld, die ons een mooie ligplaats toewees. Om twee uur meerden we af in de door de havenmeester toegewezen ligplaats en na de Carina weer een wasbeurt te hebben gegeven, wandelden we nog even door het plaatsje. Het is de eerste Nederlandse badplaats na de Belgische kust met ruime stranden en heeft een gezellige straat met restaurantjes en winkeltjes, waar we meteen ook maar een ijsje nuttigden. Op de nieuwe schitterende jachthaven komt een afwateringskanaal uit. Daar staat een standbeeld van Piet de Lijser, de laatste sluiswachter van Cadzand. Morgen nemen we een rustdag, Vanaf St-Quay-Portrieux hebben we elke dag gevaren. Dus morgen maar weer eens even niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten