Vandaag was de weersvoorspelling hetzelfde als gisteren.
Mooi zonnig weer, maar een noordoosten wind eerst 3-4 bft en later in de middag
toenemend 5-6 bft. We besloten om vandaag naar Cadzand te gaan. Er was sinds
twee jaar een nieuwe jachthaven en die wilden we wel eens bekijken. Bovendien zouden
we met de noordoosten tegenwind moeten kruisen en dan is een korte afstand van
ca. 20 Nm een prima optie. Het echtpaar van het zeiljacht naast ons in Oostende
waarschuwde wel voor de nauwe noordoostelijk gelegen ingang van de haven in
combinatie met een krachtige noordoosten wind. We wilden om negen uur
vertrekken maar het bleek dat we in de modder vastzaten vanwege het lage water.
Dit jaar is er niet uitgebaggerd, zei de havenmeester in zijn RIB. Dat was inderdaad duidelijk. Na de
schroef vol in zijn achteruit te hebben gezet en zelf ook een handje mee te
hebben geholpen door aan de landvast te trekken, die nog aan een meerboei
achter de boot vastzat, kwamen we toch nog los. Bij het uitvaren van de haven
kwam een loodsboot ons tegemoet. Vanwege de tegenwind en tegenstroom maakten we
inefficiënte slagen, zodat we nauwelijks opschoten, ondanks dat we zeilend ruim
zeven knopen voeren. De stroom zou pas vanaf half twaalf gaan meelopen. Een Nederlandse
Dehler 36 voer vanuit Oostende met ons op, maar al snel was hij achter ons uit
het zicht verdwenen. Toen de stroom begon mee te lopen en in de middag de wind
aantrok, maakten we pas echte goede vorderingen. Om half één passeerden we de
enorme havenhoofden van Zeebrugge, waar we op de heenreis een dag verwaaid lagen en de volgende dag in de mist vertrokken. Er kwamen net twee grote vrachtschepen naar
binnen. Bij Zeebrugge nam ook de wind toe en met ruim acht knopen over het
water en negen over de grond zeilden we de laatste tien mijl naar Cadzand,
waarbij onze Carina weer volop van het zoute buiswater kon genieten. Bij de
ingang stond inderdaad nogal een “swell” door de sterke stroming in combinatie
met de krachtige noordoosten wind. Onder veel bekijks van de mensen op de
havenhoofden stoven we de jachthaven in. Drie mijl voor de ingang hadden we de
havenmeester al opgebeld, die ons een mooie ligplaats toewees. Om twee uur
meerden we af in de door de havenmeester toegewezen ligplaats en na de Carina
weer een wasbeurt te hebben gegeven, wandelden we nog even door het plaatsje.
Het is de eerste Nederlandse badplaats na de Belgische kust met ruime stranden
en heeft een gezellige straat met restaurantjes en winkeltjes, waar we meteen
ook maar een ijsje nuttigden. Op de nieuwe schitterende jachthaven komt een
afwateringskanaal uit. Daar staat een standbeeld van Piet de Lijser, de laatste
sluiswachter van Cadzand. Morgen nemen we een rustdag, Vanaf St-Quay-Portrieux
hebben we elke dag gevaren. Dus morgen maar weer eens even niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten