zaterdag 30 juni 2018

Van Cadzand naar Stellendam


Om acht uur verlieten we de nieuwe mooie jachthaven van Cadzand. Het weerbeeld was hetzelfde als gisteren. De zon scheen weer uitbundig, maar er stond minder wind, die nog steeds noordoost was. We wilden eerst zeilend naar de Roompot kruisen, een afstand van ca. 20 Nm. Maar omdat er weinig wind stond van 3 bft besloten we om tegen de wind in naar Stellendam te gaan, een afstand van 48 Nm. Op motor en grootzeil koersten we naar de kop van Walcheren. Om de afstand zo kort mogelijk de houden, voeren we over een aantal ondiepe zandbanken. Met de zwakke wind konden we dat risico wel nemen, hoewel het wel eb aan het worden was. De minst gepeilde diepte was 3,6 meter. Om tien uur staken we de aanloop van het Oostgat over, de noordgeul onder de kop van Walcheren. Een “dredger", die op weg was naar Breskens passeerde achter ons langs. Nadat we de Roompot voorbij waren, koersten we richting de aanloop naar Stellendam. De wind was inmiddels toegenomen naar NNO-4 en later naar 5 bft. Hoewel de golfhoogte niet veel voorstelde, presteerden twee golven toch om zelfs de kuip achter de buiskap te raken. Goed afgeschermd door de buiskap werden we net niet nat. Om vier uur kwamen we bij de Goereese sluis aan, die juist op dat moment openging. Een aantal jachten lag al voor de sluis te wachten. De wind, een NNO-3 op het land, was aanzienlijk minder. Het was dan ook behoorlijk warm in de sluis. Om half vijf meerden we af in de Marina Stellendam. Morgen zou de wind meer uit het oosten komen. De dagen erna weer uit het noordoosten en dat is pal tegen de richting naar IJmuiden. Om acht uur morgen zou het uit het oosten hard waaien 5-6 bft en later afnemen. Of het te bezeilen is, is nog maar de vraag, maar oost is altijd beter dan noordoost. We gaan morgen toch maar naar IJmuiden, een afstand van 50 Nm en dan zijn we bijna thuis.

vrijdag 29 juni 2018

Fietsroute rond Cadzand


Vandaag eindelijk weer eens een rustdag. Het was opnieuw zonnig weer en de wind blies nog steeds vrolijk uit het noordoosten. Na de havenmeester betaald hebben voor nog een nacht, begonnen we aan een fietsroute van ongeveer 40 km met onze bromptons. We hadden een mooie fietsroutekaart mee gekregen van de behulpzame havenmeester. We fietsten eerst langs het natuurpark het Zwin. Een getijdengebied waarbij zout water vanuit zee onder invloed van het getij door een geul in de duinen het land binnen kan dringen vergelijkbaar met de slufter in Texel. We kwamen daarna al snel via de Belgische kasseien terecht in Knokke op de boulevard met uitzicht op de haven van Zeebrugge. Het waaide nog steeds behoorlijk. Na even te hebben uitgerust op een bankje, fietsten we verder. We kwamen in Knokke een oud pand van een waterleidingsbedrijf tegen, dat als grap een kraan als fontein in de voortuin had staan. Vervolgens fietsten we door een leuk oud stadje St Anna ter Muiden. De stad, die stadsrechten kreeg in 1242, heeft ca. 50 inwoners en is één van de kleine stadjes van Nederland. In de Middeleeuwen was het een belangrijke handelsstad en een voorhaven van Brugge. Na verzanding van de haven in de 14e eeuw kwijnde de stad weg ten gunste van het naburige Sluis. In 1405 werd Mude, zoals de stad toen heette, op de kerk na volledig platgebrand door de Engelsen. Bij vastlegging van de grens tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Spaanse Nederlanden, begin 17e eeuw, kwam Mude uiteindelijk net in de Republiek te liggen. Om het vervolgens te kunnen onderscheiden van het Noord-Hollandse Muiden, werd de naam van de beschermheilige St Anna aan de plaatsnaam toegevoegd. In die tijd was de rol van Sint Anna ter Muiden reeds uitgespeeld. Wat overbleef was de kleine, rustieke woonkern die het nog altijd is en nu onder monumentenzorg valt. We kamen daarna door het vestingstadje Sluis waar het zeer gezellig en druk was met toeristen. De stad heeft haar ontstaan te danken aan het verzanden van het Zwin. Hierdoor werd de rechtstreekse verbinding van de belangrijke handelsstad Brugge met de zee geblokkeerd en werd Sluis de belangrijkste voorhaven van Brugge. In 1290 kreeg het dorp al stadsrechten en door haar strategische ligging werd de stad in 1382 een vestingstad. We fietsten door de landelijke natuur tegen de straffe wind in terug naar Cadzand, waar we nog even de Mariakerk bekeken. De kerk is een tweebeukige hallenkerk, opgebouwd uit gele Vlaamse baksteen. De zuidbeuk, naast de consistorie, is gebouwd tussen 1250 en 1300. De noordbeuk dateert van het begin van de 14e eeuw. Binnen was er een expositie van kunst. Na een vermoeide maar voldane fietstocht keerden we terug op onze boot. Het waaide nog steeds behoorlijk uit het noordoosten. We weten nog niet wat we morgen gaan doen.

donderdag 28 juni 2018

Van Oostende naar Cadzand


Vandaag was de weersvoorspelling hetzelfde als gisteren. Mooi zonnig weer, maar een noordoosten wind eerst 3-4 bft en later in de middag toenemend 5-6 bft. We besloten om vandaag naar Cadzand te gaan. Er was sinds twee jaar een nieuwe jachthaven en die wilden we wel eens bekijken. Bovendien zouden we met de noordoosten tegenwind moeten kruisen en dan is een korte afstand van ca. 20 Nm een prima optie. Het echtpaar van het zeiljacht naast ons in Oostende waarschuwde wel voor de nauwe noordoostelijk gelegen ingang van de haven in combinatie met een krachtige noordoosten wind. We wilden om negen uur vertrekken maar het bleek dat we in de modder vastzaten vanwege het lage water. Dit jaar is er niet uitgebaggerd, zei de havenmeester in zijn  RIB. Dat was inderdaad duidelijk. Na de schroef vol in zijn achteruit te hebben gezet en zelf ook een handje mee te hebben geholpen door aan de landvast te trekken, die nog aan een meerboei achter de boot vastzat, kwamen we toch nog los. Bij het uitvaren van de haven kwam een loodsboot ons tegemoet. Vanwege de tegenwind en tegenstroom maakten we inefficiënte slagen, zodat we nauwelijks opschoten, ondanks dat we zeilend ruim zeven knopen voeren. De stroom zou pas vanaf half twaalf gaan meelopen. Een Nederlandse Dehler 36 voer vanuit Oostende met ons op, maar al snel was hij achter ons uit het zicht verdwenen. Toen de stroom begon mee te lopen en in de middag de wind aantrok, maakten we pas echte goede vorderingen. Om half één passeerden we de enorme havenhoofden van Zeebrugge, waar we op de heenreis een dag verwaaid lagen en de volgende dag in de mist vertrokken. Er kwamen net twee grote vrachtschepen naar binnen. Bij Zeebrugge nam ook de wind toe en met ruim acht knopen over het water en negen over de grond zeilden we de laatste tien mijl naar Cadzand, waarbij onze Carina weer volop van het zoute buiswater kon genieten. Bij de ingang stond inderdaad nogal een “swell” door de sterke stroming in combinatie met de krachtige noordoosten wind. Onder veel bekijks van de mensen op de havenhoofden stoven we de jachthaven in. Drie mijl voor de ingang hadden we de havenmeester al opgebeld, die ons een mooie ligplaats toewees. Om twee uur meerden we af in de door de havenmeester toegewezen ligplaats en na de Carina weer een wasbeurt te hebben gegeven, wandelden we nog even door het plaatsje. Het is de eerste Nederlandse badplaats na de Belgische kust met ruime stranden en heeft een gezellige straat met restaurantjes en winkeltjes, waar we meteen ook maar een ijsje nuttigden. Op de nieuwe schitterende jachthaven komt een afwateringskanaal uit. Daar staat een standbeeld van Piet de Lijser, de laatste sluiswachter van Cadzand. Morgen nemen we een rustdag, Vanaf St-Quay-Portrieux hebben we elke dag gevaren. Dus morgen maar weer eens even niet.

woensdag 27 juni 2018

Van Duinkerke naar Oostende


Om negen uur vertrokken we uit Duinkerke. De stroom zou om tien uur draaien en mee gaan lopen. De wind was NO 4-5 en geheel tegen, maar de zon had er tenminste weer zin in. Gezien de komende dagen dit weerbeeld niet zou veranderen, besloten we om toch te vertrekken. Omdat laveren alleen met de stroom mee zinvol is, was ons doel voor vandaag Oostende met een afstand van 25 Nm dat met laveren al snel oploopt naar 37 Nm. Nadat we de haven van Duinkerke hadden verlaten, kruisten we zeilend richting Nieuwpoort door de geul tussen de zandbanken en de kust. Een Nederlands zeiljacht vertrok ook en ging met ons mee in dezelfde richting. We kruisten samen op en kwamen bij het overstag gaan elkaar regelmatig tegen. We passeerden La Siréne, een dame op een boei waar een kunstenaar, genaamd Léopold Franckowiak zijn inspiraties op had gebotvierd. Rond één uur trok de wind aan naar NO-5 met af en toe vlagen van zes en reefden we ons grootzeil. Onze Carina kreeg voortdurend buiswater over zich heen. Om één uur kwamen we langs Nieuwpoort. Er waren vele optimistjes kennelijk bezig van een zeilschool ondanks de krachtige wind en de golven. Om drie uur kwamen we in Oostende aan waar we werden opgevangen door een behulpzame havenmeester van de RNSYC (Royal North Sea Yacht Club), die in zijn RIB ons hielp met het aanmeren. In deze getijdehaven, die aan het stadscentrum van Oostende ligt, meer je af tussen de kade en een meerboei en met de krachtige noordoostenwind was dat wel even een uitdaging. Het Nederlandse zeiljacht dat met ons meevoer was al net aangemeerd. Na de boot weer van het zout ontdaan te hebben, konden we weer even uitrusten en genieten van het zonnetje in onze kuip. We bekijken vanavond of we morgen verder varen. Er zou morgen nog meer wind zijn.

dinsdag 26 juni 2018

Van Dover naar Duinkerke


Vanochtend ging het Granville Dock open om negen uur en verlieten we de haven. Port Control Dover had het er maar druk mee, want ze hielden ons meer dan anders bezig via de marifoon. Waar we naar toe gingen, welke uitgang "West" of "Oost" we wilden gebruiken, of we na het uitvaren van de Marina weer wilden oproepen en of we stand-by bleven tot 2 Nm buiten de haven. Een Deens zeiljacht achter ons moest wachten voor een uitgaande veerboot, maar wij zaten meer in het vaarwater van de veerboot dan die Deen. De zon was er ook weer. De wind kwam uit het noordoosten met kracht 3-4 bft. De koers naar Duinkerke was niet te bezeilen en op motor en grootzeil staken we Het Kanaal over. Om tien uur voeren we de “Westbound Traffic Lane” in. Twee containerschepen kwamen ons tegemoet. Eén ging voor ons en de ander genaamd MSC YASHI B, die 22 knopen voer,  achter ons langs. Inmiddels hadden we de stroom mee, de wind draaide naar NNO en konden we ook weer eindelijk eens zeilen. Met ruim zeven knopen voeren we om elf uur de “Eastbound Traffic Lane" in. Een paar vrachtschepen voeren voor ons langs. Verder was het er rustig. Om twaalf uur waren we de verkeersstraat uit en zeilden we richting Duinkerke. In de verte zagen we Cap Gris Nez liggen, waar we in mei op de heenweg naar La Rochelle langs kwamen. De wind trok aan naar 4-5 bft en we zeilden ruim acht knopen over het water en ruim negen knopen over de grond vanwege de stroom, die we mee hadden. Onze Carina werd wel regelmatig op zout buiswater getrakteerd. Het was hoog water en we besloten om over de zandbanken bij Duinkerke heen te varen, zodat de haven van Duinkerke te bezeilen bleef. Om drie uur in de middag kwamen we weer bij de marina YCMN in Duinkerke aan, waar we op de heenreis ook hadden gelegen en we weer werden opgevangen door de vrouwelijke havenmeester. Even later werden we aangesproken door een vrouw van het zeiljacht Ouappe, die ons herkende van onze vaartocht in het Limfjord, waar wij hen toen in 2012 tegenkwamen. Wat is de wereld dan toch weer klein. We hadden leuke gesprekken over de diverse vaartochten, die we allebei gemaakt hadden. Zij zijn in Stockholm en Finland geweest en waren nu op weg naar het zuiden. Na al het zout van onze Carina afgespoeld te hebben, genoten we in de zon van een lekker wijntje en een whisky uit Schotland. Afhankelijk van het weer gaan we morgen verder huiswaarts.

maandag 25 juni 2018

Van Eastbourne naar Dover


Vandaag zou er weinig wind staan. Morgen NO 3-4 en dat is precies tegen en dus besloten we om vandaag maar weer te vertrekken. Een grote zeilracer, genaamd Catzero, met flink wat bemanning aan boord lag achter onze Carina al klaar om de sluis, die nog dicht was, in te varen. Om half acht voeren we de sluis van Sovereign Harbour, de marina van Eastbourne, in om naar buiten geschut te worden. Het was wederom zonnig weer. Een paar jachten en enkele sportvissersbootjes gingen met ons mee. Op motor en grootzeil voeren we richting de landtong Dungeness. In verte zagen we de plaats Hastings mooi verlicht door de ochtendzon liggen. Onze koers was door het militaire schietgebied heen. We zijn er al een paar keer uitgejaagd in het verleden. Omvaren is altijd weer een paar mijl extra. Op de AIS zagen we een marinevaartuig liggen vlakbij het grensgebied. We besloten toch maar om er omheen te varen. Er weer uitgejaagd te worden leek ons geen goed plan. Even later werden we opgeroepen via de marifoon door een Engels marinebootje met de mededeling dat we om moesten varen wegens schietoefeningen. Maar we waren al uit het schietgebied en begrepen er dus niets van. We maakten toch maar een kleine omweg. Totdat we op onze AIS zagen dat er nog een zeilboot Carina heette en wel in het schietgebied voer. Zo ontstaan dus de misverstanden. En deze Carina bleef rustig doorvaren, totdat de Marine opnieuw een oproep deed. Via de marifoon maakten we duidelijk dat er twee Carina’s rondvoeren en zij de andere moesten hebben. Na bevestiging hiervan vervolgden we onze koers. Om elf uur passeerden we Dungeness, waar een grote kerncentrale en tevens vuurtoren staat en konden we onze koers verleggen naar Dover. Om half twaalf trok de wind aan naar ZO-3 en zeilden we aan de wind en met één knoop stroom mee verder richting Dover, maar een uur later nam de wind weer af en moesten we opnieuw de motor bijzetten. Om twee uur kwamen we in Dover aan en kregen we via de marifoon een mooi box toegewezen in het Granville Dock . In de haven zijn drukke werkzaamheden aan de gang. Er komt een kompleet nieuwe jachthaven op een andere plek, die eind volgend jaar klaar zou zijn. Vanwege de nodige boodschappen bij de ASDA wandelden we door het centrum van Dover. We kwamen langs een middeleeuws gebouw uit de 13de eeuw, “Maison Dieu” genaamd, dat lijkt op een kerk maar een ziekenhuis was en nu deel uitmaakt van de gebouwen van het oude stadhuis. Op de terugweg kwamen we langs de St. Mary's Church, waar de oudste elementen dateren vanuit de 12de Eeuw. Terug op de boot genoten we van de zon in onze kuip met uitzicht op het imposante kasteel “Dover Castle”, gelegen bovenop de krijtrotsen.

zondag 24 juni 2018

Van Osborne Bay naar Eastbourne


Even voor zeven verlieten we onze ankerplek in de Osborne Bay. Een mooie ankerstek bij het strand van het Osborne House, ooit het zomerverblijf van Koningin Victoria en Prins Albert. In 2008 hebben we dit paleis bezocht en dat was zeer de moeite waard. Er was geen wind en op de motor koersten we richting Eastbourne, een afstand van 65 Nm. In de verte zagen we de door de zon fel verlicht de plaats Ryde liggen. De kleine snelle hovercraft van Portsmouth naar Ryde voer vanwege het vroege tijdstip kennelijk nog niet. De veerboot de Wightlink stak voor ons over en even later passeerden we het No Man’s Land Fort in The Solent bij Portsmouth. Er tegenover bij Portsmouth staat het Horse Sand Fort. Vroeger gebruikt als verdedigingswerken van The Solent. Tegenwoordig kan je het No Man’s Land Fort afhuren voor feesten en partijen. Bij de oostelijke uitgang van The Solent kwamen we een containerschip en een cruiseschip tegen, die resp. naar Southampton en Portsmouth gingen. De zon scheen flauwtjes door de lichte bewolking en de wind trok uit het noordoosten aan tot kracht 3 bft, zodat we zeilend aan de wind onze koers vervolgden. Een uur later was het over met de pret. De wind viel weg zoals ook voorspeld was en op motor en grootzeil voeren we verder. Om half tien passeerden we de door tonnetjes afgebakende nauwe doorgang bij Selsey Bill langs de ondieptes en konden we onze koers verleggen naar Beachy Head. De Engelsen maken het soms ook wel bont met hun scheepsnamen. We hoorden een keer een oproep: “Que Sera Sera for radio check” en gisteren een oproep van een jacht met de naam “Out of the office”. Om één uur kwamen we langs het windpark Rampion Offshore Windfarm. Vorig jaar was het nog in aanbouw. Nu zagen we geen werkzaamheden meer. De molens draaiden niet, waarschijnlijk door windgebrek. Om twee uur zagen we Brighton aan bakboord liggen. Niet lang daarna kwam de veerboot uit Dieppe naar Newhaven op ons aankoersen en ging uiteindelijk achter ons langs. Om vijf uur rondden we de imposante klif Beachy Head met daarachter de “Seven Sisters". We hebben deze klif zo vaak gerond, maar het blijft indrukwekkend. Na de Eastbourne Pier te hebben gepasseerd kwamen we om half zeven bij de sluis van Eastbourne aan, waar het behoorlijk druk was. Na diesel en water te hebben getankt, genoten we even in de zon van de rust. Morgen gaan we naar Dover, een afstand van ca. 45 Nm.

zaterdag 23 juni 2018

Van Alderney naar de Osborne Bay in Wight


Het is duidelijk dat we op de terugweg zijn. Het begint steeds mooier weer te worden. Vandaag scheen de zon ook weer volop, helaas zonder wind. We verlieten onze meerboei in Alderney even na zeven uur in de ochtend. Op grootzeil en motor koersten we richting The Needles aan de westkant van Wight. Om negen uur kwamen we bij de “Eastbound” van de verkeersstraat aan. Zes vrachtschepen voeren dicht bij elkaar. Eén ervan, de tanker Maersk Borneo, zat praktisch op ramkoers met onze Carina. De tanker was nog 6 Nm verwijderd, maar zou volgens onze AIS 0,25 Nm voor ons langs gaan, een krappe afstand. We hielden toch vast aan onze snelheid en koers. Pas op één mijl afstand, was het duidelijk zichtbaar dat de tanker inderdaad op ongeveer een kwart mijl afstand voor ons langs zou gaan. AIS is wat dit betreft een handig en praktisch hulpmiddel. Even later hoorden we iets bonken tegen de boot. Het bleek een drijvende balk te zijn, gelukkig niet al te groot. Er wordt ook maar van alles overboord gegooid. Om elf uur kwamen we bij de “Westbound” van de verkeersstraat aan. Ook hier zaten we met een tanker, genaamd Epic Bali, komend van de oost met 16 knopen snelheid, in ramkoers. Na de koers van onze Carina meer naar het westen te hebben verlegd en we haaks overstaken, konden we er net voor langs. Om vijf uur arriveerden we bij de ingang van de Needles Channel. Aan stuurboordzijde hadden we een mooi zicht op The Needles en Alum Bay met al zijn fraaie mineralen. Aan bakboordzijde voeren we langs de rotspartij The Shingles. In The Solent aangekomen hadden we de stroom flink mee. Met ruim negen, soms zelfs tien knopen over de grond kwamen we voor de zoveelste keer langs Hurst Castle en Fort Albert. Een groot passagiersschip, waarschijnlijk uit Southampton, kwam ons tegemoet. Om half zeven passeerden we “The Famous Cowes" en een half uur later gooiden we ons anker uit in de Osborne Bay, waar we vorig jaar aan het eind van ons rondje Engeland ook geankerd hebben. Morgen gaan we naar Eastbourne, een afstand van 65 Nm.

vrijdag 22 juni 2018

Van St-Quay-Portrieux naar Alderney


Vandaag scheen de zon weer uitbundig net zoals gisteren. De wind kwam uit het noordoosten kracht 3-4 bft. Geheel tegen voor de koers voor vandaag naar de kanaaleilanden Sark of Alderney. Maar we besloten om toch te gaan. De wind zou in de middag bij Sark en Alderney afzwakken naar NNO 2-3. We vertrokken om half acht uit de jachthaven van St-Quay-Portrieux. Met grootzeil en motor hadden we onze koers op Sark gezet. Maar de wind was zo pal tegen dat we het klapperend grootzeil maar weer neerhaalden. Op de motor voeren we verder. Er stonden geen hoge golven, maar de golfslag was zo kort dat onze Carina soms met grote klappen zich er doorheen worstelde. Op een gegeven moment zakte het vermogen van de motor in en begon de boot te trillen. We vermoedden al snel dat er iets met de schroef aan de hand was. Na enig onderzoek bleek dat er inderdaad wier in de schroef terecht was gekomen. Want na de motor uit te hebben gezet en de klapschroef door middel van de achteruit van de keerkoppeling in de vouwstand kwam, zagen we een grote pluk wier achter de boot omhoog komen. We zagen ook herhaaldelijke grote wiervelden liggen, die soms lastig te ontwijken waren. Dit proces herhaalde zich een paar maal. Vanaf twee uur zou de stroom gaan meelopen in de Race of Alderney tot ca. acht uur in de avond. We besloten om hiervan gebruik te maken. Vanaf St-Quay-Portrieux was de afstand naar Alderney ca. 72 Nm. Om half drie passeerden we Jersey, die we in de verte zagen liggen en in 2005 voor het eerst bezochten. Om vier uur kwamen we langs Sark, waar we op de heenreis geankerd en in 2013 bezocht en zelfs ook gefietst hebben. Een bijzonder fraai en hoog eiland met een leuk weggetje over een smalle klif naar Little Sark. We kregen fors de stroom mee en voeren soms met 9 knopen over de grond. Om zeven uur 's avonds kwamen we in Alderney aan, waar we aan een boei aanmeerden. Alderney heeft alleen meerboeien, geen jachthaven met steigers. Ook Alderney hebben we in het verleden uitvoerig bekeken. Helaas is de windverwachting voor de komende dagen niet zo goed voor onze terugreis. Er wordt nogal wat oostenwind voorspeld voor de komende dagen, zodat we morgen maar van de gelegenheid, die we nog hebben, oversteken naar Wight. Morgen zou er namelijk weinig wind staan. In de avond hebben we in Port Braye een heerlijke pastamaaltijd gegeten buiten op ons privé-terras in de kuip en in de avondzon met een schitterend uitzicht op de baai en Fort Albert van Alderney.