Vandaag bezochten we, na eerst door de markthallen van Concarneau te zijn gelopen, waar levende krabben en kreeften in het ijs lagen, het westelijk deel van het
vestingstadje “La Ville Close”. Na een verfrissende douche en uitgebreid
ontbijt verlieten we onze boot om half twaalf. Het was bewolkt weer. De laatste
tijd is het één dag mooi en de volgende dag een stuk slechter. We begonnen bij het
wachthuis uit de 17de eeuw, die de toegang tot de tweede ophaalbrug
moest beschermen. Op de rondgang van de muur kwamen we langs de toren “Tour du
Gouverneur”, die zijn naam dankt aan de verblijfplaats van de militaire
gouverneur. In de 19de eeuw is de binnenkant vernieuwd en werd er
een duiventil op geplaatst. Vervolgens liepen we langs de toren “Tour de la
Fortune”, die het oudste deel is van het vestingstadje. De benaming is nog steeds
een mysterie. De toren bestaat uit een halve cirkel, voorzien van drie schietgaten
met kanonsopeningen. Even verderop stond de toren “Tour du Maure”. “Maure”
betekent Moors, maar de naam kan niet worden verklaard. De drie schietgaten met
kanonsopeningen hebben dezelfde vorm als die van de toren “Tour du Passage”,
die we nog later zullen tegenkomen. We kwamen bij het hoefijzer “Fer à Cheval”.
Dit gedeelte dankt zijn naam aan de karakteristieke vorm en stamt uit de 16de
eeuw. In de 19de eeuw werd dit deel dicht gemaakt om te dienen als
attillerie-eenheid aan de kust. Men heeft bij restauratie overblijfselen
gevonden van een toren uit de 13de eeuw en van een courtine uit de 15de
eeuw. Van de “Tour aux Chiens”, die uit de 16de eeuw stamt, werd in
de 19de eeuw gebruikt als opslagplaats voor steenkool. Vanaf de
“Tour du Passage”, hadden we een mooi uitzicht op de jachthaven en de
zee-ingang. Het schietgat met kanonsopening, georiënteerd naar de binnenkant
komt uit de 15de eeuw. We wandelden weer langs het gezellige
straatje Rue Vauban met de vele kleurrijke winkeltjes, crêperie’s en
restaurantjes weer terug naar onze boot. Het regende inmiddels weer. Naast ons kwam een klassiek Frans zeiljacht naast ons liggen. Het invaren ging niet helemaal goed, waarbij onze boot licht werd geraakt en de schipper zich excuseerde. Volgens de schipper stamt de boot uit 1905. Het zag er goed onderhouden uit. Morgen
gaan we naar de plaats Benodet, 12 Nm vanaf Concarneau, waar het Franse klassieke zeiljacht ook naar toe gaat in verband met een regatta volgende week.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten