maandag 2 juli 2018

Met veel fonteinkruid weer terug naar de BvK


Vanochtend vertrokken we om negen uur uit IJmuiden naar de sluis van het Noordzeekanaal.  Aan de kade lag de Kustwacht en achter ons kwam de veerboot uit Newcastle net binnen. In de sluis achter ons kwam een boot dwars te liggen tijdens het aanleggen. Het was redelijk druk in het Noordzeekanaal. Om twaalf uur kwamen we bij de Oranjesluizen aan. De laatste 12 Nm op het Markermeer hadden we de noordoostenwind van 4 bft en het fonteinkruid tegen. Grote plukken beleven aan onze kiel hangen, zodat we een paar knopen langzamer voeren. Om drie uur in de middag kwamen we weer in de Blocq van Kuffeler aan.

Onze vakantie naar La Rochelle is ten einde. We hebben een mooie tocht gehad, hoewel deze reis wel meerdere gezichten had. De heenreis begon met drie verwaaidagen in Zeebrugge en Duinkerken. Het was koud en veelal mistig. In Stockholm was het op dat moment 28 graden celsius. Daarna was er meestal te weinig wind om te zeilen. La Rochelle was een hoogtepunt vanwege de vele bezienswaardigheden en tevens dat wij onze goede vrienden daar hebben ontmoet. We lagen erg mooi in het oude stadscentrum. Ook het weer was in La Rochelle prima. Op de terugweg langs de vele fraaie Franse eilanden werd het weer steeds slechter. Île d’Yeu, Île de Ré en Belle Île waren erg mooi. Ook het oude stadje van Concarneau was bijzonder. Onze fietstocht op Île de Groix was totaal verregend. Ook een domper was dat de gezondheid wat roet in het eten gooide, zowel bij onze vrienden met zelfs een noodzakelijk ziekenhuisbezoek van een week wegens een longontsteking, als in mindere mate bij ons. Maar dat is gelukkig bij beiden al weer goed gekomen. Vanwege het slechte weer met name gekenmerkt door regen heeft ons doen besluiten om eerder terug te gaan. Toen we ook nog vernamen dat de wind langdurig naar het noordoosten zou draaien en toenemen, hebben we het tempo versneld. Onze tocht naar La Rochelle hebben we in een dikke zes weken gedaan in plaats van onze planning van acht weken. Een paar Franse plaatsjes zoals Benodet, Douarnenez, Morgat en L’Aber Ildut hebben we nauwelijks of niet bekeken. De Franse havens zijn in het algemeen erg druk. Veel Fransen en vooral veel Engelse jachten varen er rond. Internet (Wi-Fi) in de Franse havens is slecht geregeld. Je krijgt veelal een Wi-Fi code mee van de havenmeester met de mededeling dat het waarschijnlijk niet werkt. En dat klopt in de meeste gevallen dan ook wel. De haventarieven zijn gemiddeld lager dan in Nederland. Het mooiste zonnige weer kwam op de terugtocht toen de wind naar net noordoosten draaide, maar we veel de motor moesten gebruiken vanwege de tegenwind. Het aantal motoruren bedroeg dan ook 165 en het aantal zeiluren slechts 100. We hebben 1600 Nm over de grond gevaren en onze log noteerde 1560 Nm. We hebben dus 40 Nm bespaard d.m.v de stroom, de we in totaal meer mee hadden. Na al deze getijdestromingen volgend jaar maar weer eens naar Scandinavië. Stockholm, het eiland Gotland in Zweden of misschien wel Finland is een optie.

zondag 1 juli 2018

Met veel wind, zon en zout naar IJmuiden


We verlieten Marina Stellendam om half negen. Opnieuw was het weer een zonnige dag. De wind zou volgens de weerkaarten vandaag uit het oosten komen. In de ochtend 5-6 bft en later 4-5 bft. Bij de Goereese sluis aangekomen, bleek deze nog dicht te zijn. Een zeiljacht voor ons meerde net af aan een wachtsteiger. Na de sluis te hebben opgeroepen via de marifoon, vernamen we dat de sluis nog open stond naar de zeekant. Alles ging kennelijk volautomatisch want het gehele schutproces duurde praktisch een uur voordat we buiten op zee waren. De wind was inderdaad aardig aan het blazen. Met het eerste rif in het grootzeil en de genua enigszins wat ingerold, begonnen we aan onze zeiltocht naar IJmuiden, een afstand van 50 Nm. Het eerste stuk van de sluis af was voornamelijk ruime wind en we stoven soms met ruim negen knopen het Slijkgat, de geul bij Stellendam, uit. We passeerden een zandzuiger, die net bezig was de geul uit te diepen. Bij Sector Maasmond gekomen, moesten we uitwijken voor een zandzuiger, die zijn zand aan het wegspuiten was. Daardoor kwamen we verder verwijderd van de Maasmond dan gepland en konden we de koers naar IJmuiden niet meer bezeilen. Het was overigens niet druk in de Maasgeul. Een containerschip, dat naar buiten voer, was al voor ons langs gegaan en in de verte kwam een ander vrachtschip binnenlopen, dat achter ons langs zou passeren. Het waaide flink en de zee was onstuimig. We maakten soms flinke klappen op de golven, die we recht van voren kregen. We besloten dan ook op motor en grootzeil om een slag naar de kust te maken, zodat we minder golfslag zouden hebben. Met veel buiswater over onze Carina bij de kust te zijn gekomen, zeilden we richting IJmuiden en hadden we een leuk zicht op op de plaatsen Kijkduin, Scheveningen, Katwijk, Noordwijk en Zandvoort. Onderweg kregen we nog een stormwaarschuwing van de Nederlandse Kustwacht via de marifoon dat in sector IJmuiden, maar ook boven bij de waddeneilanden en het IJsselmeer windkracht 6 bft uit het oosten zou staan. Al hoewel de wind bij IJmuiden soms behoorlijk aantrok, hadden wij toch meer wind gezien bij Stellendam, de Maasmond en Scheveningen. We zeilden soms over het water met meer dan negen knopen, wat ook het nodige buiswater met zich meebracht. Alles was op gegeven moment zout. Onze log klokte een maximum van 9,4 knopen. We kwamen om zes uur in IJmuiden aan en vanwege de voortdurende tegenstroom hadden we 57 Nm over het water gevaren en dus 7 Nm meer dan de afstand over de grond. Morgen nog door het Noordzeekanaal en dan is onze tocht naar La Rochelle en de Franse eilanden aldaar definitief teneinde en liggen we weer in onze thuishaven de Blocq van Kuffeler.

zaterdag 30 juni 2018

Van Cadzand naar Stellendam


Om acht uur verlieten we de nieuwe mooie jachthaven van Cadzand. Het weerbeeld was hetzelfde als gisteren. De zon scheen weer uitbundig, maar er stond minder wind, die nog steeds noordoost was. We wilden eerst zeilend naar de Roompot kruisen, een afstand van ca. 20 Nm. Maar omdat er weinig wind stond van 3 bft besloten we om tegen de wind in naar Stellendam te gaan, een afstand van 48 Nm. Op motor en grootzeil koersten we naar de kop van Walcheren. Om de afstand zo kort mogelijk de houden, voeren we over een aantal ondiepe zandbanken. Met de zwakke wind konden we dat risico wel nemen, hoewel het wel eb aan het worden was. De minst gepeilde diepte was 3,6 meter. Om tien uur staken we de aanloop van het Oostgat over, de noordgeul onder de kop van Walcheren. Een “dredger", die op weg was naar Breskens passeerde achter ons langs. Nadat we de Roompot voorbij waren, koersten we richting de aanloop naar Stellendam. De wind was inmiddels toegenomen naar NNO-4 en later naar 5 bft. Hoewel de golfhoogte niet veel voorstelde, presteerden twee golven toch om zelfs de kuip achter de buiskap te raken. Goed afgeschermd door de buiskap werden we net niet nat. Om vier uur kwamen we bij de Goereese sluis aan, die juist op dat moment openging. Een aantal jachten lag al voor de sluis te wachten. De wind, een NNO-3 op het land, was aanzienlijk minder. Het was dan ook behoorlijk warm in de sluis. Om half vijf meerden we af in de Marina Stellendam. Morgen zou de wind meer uit het oosten komen. De dagen erna weer uit het noordoosten en dat is pal tegen de richting naar IJmuiden. Om acht uur morgen zou het uit het oosten hard waaien 5-6 bft en later afnemen. Of het te bezeilen is, is nog maar de vraag, maar oost is altijd beter dan noordoost. We gaan morgen toch maar naar IJmuiden, een afstand van 50 Nm en dan zijn we bijna thuis.

vrijdag 29 juni 2018

Fietsroute rond Cadzand


Vandaag eindelijk weer eens een rustdag. Het was opnieuw zonnig weer en de wind blies nog steeds vrolijk uit het noordoosten. Na de havenmeester betaald hebben voor nog een nacht, begonnen we aan een fietsroute van ongeveer 40 km met onze bromptons. We hadden een mooie fietsroutekaart mee gekregen van de behulpzame havenmeester. We fietsten eerst langs het natuurpark het Zwin. Een getijdengebied waarbij zout water vanuit zee onder invloed van het getij door een geul in de duinen het land binnen kan dringen vergelijkbaar met de slufter in Texel. We kwamen daarna al snel via de Belgische kasseien terecht in Knokke op de boulevard met uitzicht op de haven van Zeebrugge. Het waaide nog steeds behoorlijk. Na even te hebben uitgerust op een bankje, fietsten we verder. We kwamen in Knokke een oud pand van een waterleidingsbedrijf tegen, dat als grap een kraan als fontein in de voortuin had staan. Vervolgens fietsten we door een leuk oud stadje St Anna ter Muiden. De stad, die stadsrechten kreeg in 1242, heeft ca. 50 inwoners en is één van de kleine stadjes van Nederland. In de Middeleeuwen was het een belangrijke handelsstad en een voorhaven van Brugge. Na verzanding van de haven in de 14e eeuw kwijnde de stad weg ten gunste van het naburige Sluis. In 1405 werd Mude, zoals de stad toen heette, op de kerk na volledig platgebrand door de Engelsen. Bij vastlegging van de grens tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Spaanse Nederlanden, begin 17e eeuw, kwam Mude uiteindelijk net in de Republiek te liggen. Om het vervolgens te kunnen onderscheiden van het Noord-Hollandse Muiden, werd de naam van de beschermheilige St Anna aan de plaatsnaam toegevoegd. In die tijd was de rol van Sint Anna ter Muiden reeds uitgespeeld. Wat overbleef was de kleine, rustieke woonkern die het nog altijd is en nu onder monumentenzorg valt. We kamen daarna door het vestingstadje Sluis waar het zeer gezellig en druk was met toeristen. De stad heeft haar ontstaan te danken aan het verzanden van het Zwin. Hierdoor werd de rechtstreekse verbinding van de belangrijke handelsstad Brugge met de zee geblokkeerd en werd Sluis de belangrijkste voorhaven van Brugge. In 1290 kreeg het dorp al stadsrechten en door haar strategische ligging werd de stad in 1382 een vestingstad. We fietsten door de landelijke natuur tegen de straffe wind in terug naar Cadzand, waar we nog even de Mariakerk bekeken. De kerk is een tweebeukige hallenkerk, opgebouwd uit gele Vlaamse baksteen. De zuidbeuk, naast de consistorie, is gebouwd tussen 1250 en 1300. De noordbeuk dateert van het begin van de 14e eeuw. Binnen was er een expositie van kunst. Na een vermoeide maar voldane fietstocht keerden we terug op onze boot. Het waaide nog steeds behoorlijk uit het noordoosten. We weten nog niet wat we morgen gaan doen.

donderdag 28 juni 2018

Van Oostende naar Cadzand


Vandaag was de weersvoorspelling hetzelfde als gisteren. Mooi zonnig weer, maar een noordoosten wind eerst 3-4 bft en later in de middag toenemend 5-6 bft. We besloten om vandaag naar Cadzand te gaan. Er was sinds twee jaar een nieuwe jachthaven en die wilden we wel eens bekijken. Bovendien zouden we met de noordoosten tegenwind moeten kruisen en dan is een korte afstand van ca. 20 Nm een prima optie. Het echtpaar van het zeiljacht naast ons in Oostende waarschuwde wel voor de nauwe noordoostelijk gelegen ingang van de haven in combinatie met een krachtige noordoosten wind. We wilden om negen uur vertrekken maar het bleek dat we in de modder vastzaten vanwege het lage water. Dit jaar is er niet uitgebaggerd, zei de havenmeester in zijn  RIB. Dat was inderdaad duidelijk. Na de schroef vol in zijn achteruit te hebben gezet en zelf ook een handje mee te hebben geholpen door aan de landvast te trekken, die nog aan een meerboei achter de boot vastzat, kwamen we toch nog los. Bij het uitvaren van de haven kwam een loodsboot ons tegemoet. Vanwege de tegenwind en tegenstroom maakten we inefficiënte slagen, zodat we nauwelijks opschoten, ondanks dat we zeilend ruim zeven knopen voeren. De stroom zou pas vanaf half twaalf gaan meelopen. Een Nederlandse Dehler 36 voer vanuit Oostende met ons op, maar al snel was hij achter ons uit het zicht verdwenen. Toen de stroom begon mee te lopen en in de middag de wind aantrok, maakten we pas echte goede vorderingen. Om half één passeerden we de enorme havenhoofden van Zeebrugge, waar we op de heenreis een dag verwaaid lagen en de volgende dag in de mist vertrokken. Er kwamen net twee grote vrachtschepen naar binnen. Bij Zeebrugge nam ook de wind toe en met ruim acht knopen over het water en negen over de grond zeilden we de laatste tien mijl naar Cadzand, waarbij onze Carina weer volop van het zoute buiswater kon genieten. Bij de ingang stond inderdaad nogal een “swell” door de sterke stroming in combinatie met de krachtige noordoosten wind. Onder veel bekijks van de mensen op de havenhoofden stoven we de jachthaven in. Drie mijl voor de ingang hadden we de havenmeester al opgebeld, die ons een mooie ligplaats toewees. Om twee uur meerden we af in de door de havenmeester toegewezen ligplaats en na de Carina weer een wasbeurt te hebben gegeven, wandelden we nog even door het plaatsje. Het is de eerste Nederlandse badplaats na de Belgische kust met ruime stranden en heeft een gezellige straat met restaurantjes en winkeltjes, waar we meteen ook maar een ijsje nuttigden. Op de nieuwe schitterende jachthaven komt een afwateringskanaal uit. Daar staat een standbeeld van Piet de Lijser, de laatste sluiswachter van Cadzand. Morgen nemen we een rustdag, Vanaf St-Quay-Portrieux hebben we elke dag gevaren. Dus morgen maar weer eens even niet.

woensdag 27 juni 2018

Van Duinkerke naar Oostende


Om negen uur vertrokken we uit Duinkerke. De stroom zou om tien uur draaien en mee gaan lopen. De wind was NO 4-5 en geheel tegen, maar de zon had er tenminste weer zin in. Gezien de komende dagen dit weerbeeld niet zou veranderen, besloten we om toch te vertrekken. Omdat laveren alleen met de stroom mee zinvol is, was ons doel voor vandaag Oostende met een afstand van 25 Nm dat met laveren al snel oploopt naar 37 Nm. Nadat we de haven van Duinkerke hadden verlaten, kruisten we zeilend richting Nieuwpoort door de geul tussen de zandbanken en de kust. Een Nederlands zeiljacht vertrok ook en ging met ons mee in dezelfde richting. We kruisten samen op en kwamen bij het overstag gaan elkaar regelmatig tegen. We passeerden La Siréne, een dame op een boei waar een kunstenaar, genaamd Léopold Franckowiak zijn inspiraties op had gebotvierd. Rond één uur trok de wind aan naar NO-5 met af en toe vlagen van zes en reefden we ons grootzeil. Onze Carina kreeg voortdurend buiswater over zich heen. Om één uur kwamen we langs Nieuwpoort. Er waren vele optimistjes kennelijk bezig van een zeilschool ondanks de krachtige wind en de golven. Om drie uur kwamen we in Oostende aan waar we werden opgevangen door een behulpzame havenmeester van de RNSYC (Royal North Sea Yacht Club), die in zijn RIB ons hielp met het aanmeren. In deze getijdehaven, die aan het stadscentrum van Oostende ligt, meer je af tussen de kade en een meerboei en met de krachtige noordoostenwind was dat wel even een uitdaging. Het Nederlandse zeiljacht dat met ons meevoer was al net aangemeerd. Na de boot weer van het zout ontdaan te hebben, konden we weer even uitrusten en genieten van het zonnetje in onze kuip. We bekijken vanavond of we morgen verder varen. Er zou morgen nog meer wind zijn.

dinsdag 26 juni 2018

Van Dover naar Duinkerke


Vanochtend ging het Granville Dock open om negen uur en verlieten we de haven. Port Control Dover had het er maar druk mee, want ze hielden ons meer dan anders bezig via de marifoon. Waar we naar toe gingen, welke uitgang "West" of "Oost" we wilden gebruiken, of we na het uitvaren van de Marina weer wilden oproepen en of we stand-by bleven tot 2 Nm buiten de haven. Een Deens zeiljacht achter ons moest wachten voor een uitgaande veerboot, maar wij zaten meer in het vaarwater van de veerboot dan die Deen. De zon was er ook weer. De wind kwam uit het noordoosten met kracht 3-4 bft. De koers naar Duinkerke was niet te bezeilen en op motor en grootzeil staken we Het Kanaal over. Om tien uur voeren we de “Westbound Traffic Lane” in. Twee containerschepen kwamen ons tegemoet. Eén ging voor ons en de ander genaamd MSC YASHI B, die 22 knopen voer,  achter ons langs. Inmiddels hadden we de stroom mee, de wind draaide naar NNO en konden we ook weer eindelijk eens zeilen. Met ruim zeven knopen voeren we om elf uur de “Eastbound Traffic Lane" in. Een paar vrachtschepen voeren voor ons langs. Verder was het er rustig. Om twaalf uur waren we de verkeersstraat uit en zeilden we richting Duinkerke. In de verte zagen we Cap Gris Nez liggen, waar we in mei op de heenweg naar La Rochelle langs kwamen. De wind trok aan naar 4-5 bft en we zeilden ruim acht knopen over het water en ruim negen knopen over de grond vanwege de stroom, die we mee hadden. Onze Carina werd wel regelmatig op zout buiswater getrakteerd. Het was hoog water en we besloten om over de zandbanken bij Duinkerke heen te varen, zodat de haven van Duinkerke te bezeilen bleef. Om drie uur in de middag kwamen we weer bij de marina YCMN in Duinkerke aan, waar we op de heenreis ook hadden gelegen en we weer werden opgevangen door de vrouwelijke havenmeester. Even later werden we aangesproken door een vrouw van het zeiljacht Ouappe, die ons herkende van onze vaartocht in het Limfjord, waar wij hen toen in 2012 tegenkwamen. Wat is de wereld dan toch weer klein. We hadden leuke gesprekken over de diverse vaartochten, die we allebei gemaakt hadden. Zij zijn in Stockholm en Finland geweest en waren nu op weg naar het zuiden. Na al het zout van onze Carina afgespoeld te hebben, genoten we in de zon van een lekker wijntje en een whisky uit Schotland. Afhankelijk van het weer gaan we morgen verder huiswaarts.